|
2003-03-10 20:27:03
Melina Sidiropoulos
hier is alle info die ik tot nu toe al gevonden heb. Kijk ook op www.scholierensamenvattingen.nl
Op uw vensterbank uw eigen kiemgroenten maken, vers, goedkoop en zeer gezond. Lekker op brood, in de salade enz.
Wat zijn kiemzaden?
Zaad bestaat voornamelijk uit koolhydraten, vetten, eiwitten en zo'n 10% water. De koolhydraten, voornamelijk in de vorm van zetmeel, worden tijdens het ontkiemen omgezet in enkelvoudige suiker, waardoor de kiemen lichtverteerbaar zijn. Het is waardevolle aanvulling in het voedingspatroon vooral in de winter. De kiem krijgt tijdens het kiemproces een enorme Graanmolens/wpe53.jpg
Graanmolens/wpe53.jpgstijging van de voedingswaarde van bijvoorbeeld de Vitamine A en Vitamine C. Verder bevatten de kiemen waardevolle mineralen zoals: Calcium, Ijzer, Magnesium, Fosfor en Kalium. Doordat deze in kiemen vaak gekoppeld zijn aan aminozuren ontstaan verbindingen die de spijsvertering veel gemakkelijker aan kan dan de mineralen in "gewone"soorten groenten.
Waarom kiemen?
Een hele goede reden is dat men met de kiem een groente heeft die in zijn geheel, maar bovendien op het meest vitale moment van de groei genuttigd kan worden en dat de voedingswaarde behouden blijft tot aan de consumptie. Verder ziet de kiem er aantrekkelijk uit en heeft een veelzijdig gebruik.
Hoe te gebruiken?
Op veel verschillende manieren, op de boterham met een plak kaas of tomaat, als salade, in een salade, als garnering, enz. enz.
Hoe te werk gaan? In het kiemglas doet men een eetlepel zaad en giet er ruim water op. Dit geheel dient men 6-8 uur te laten weken (afhankelijk van het soort). Na het weken het water er uit laten lopen en de pot schuin -omgekeerd-in de houder op een redelijk donkere en warme plaats wegzetten. Vervolgens dient de pot 2 keer per dag gespoeld te worden, hierbij kan de deksel gewoon op de pot blijven. Even omschudden en weer omgekeerd wegzetten. Na dit 3 tot 5 dagen herhaald te hebben zijn de kiemen klaar voor consumptie.
Smakelijk eten!
Tekst uit de vruchtbare aarde maart april 1995
Handleiding kiemen
Welke zaden?
In principe de zaden van alle eetbare planten, behalve die van nachtschade achtige als tomaat en aardappel. Neem biologische zaden; niet behandeld met chemische middelen. Te denken valt aan look achtigen als ui en prei; schermbloemige als wortel, selderij, venkel en peterselie oliehoudende zaden als sesam en zonnebloem; granen als haver, tarwe, maïs, gierst, gerst, boekweit en rogge; peulvruchten als fenegriek, linzen, alfalfa (luzerne), erwten, kikkererwten en klaver. Sommige kiemen smaken beter dan andere. "Probeer ze allemaal maar eens uit,"adviseert Ann Wigmore. Wat niet betekent dat de peulvruchten allemaal ongekookt kunnen worden gegeten. Mungbonen (groene soja) en linzen zonder probleem wel, maar de gele (Chinese) sojaboon niet. Daar zitten stoffen in die de spijsvertering opbreken en bij het kiemen slechts gedeeltelijk worden afgebroken. Over de rode (aduki) sojaboon zijn de meningen verdeeld: door Reiner Schmidt (zie literatuurlijst) aanbevolen bij milt- en nierkwalen. Door hem een van de weinige sojabonen genoemd die voor kiemen geschikt is. Maar het Duitse ministerie van Voeding vindt dat de kiemen van erwten, kikkererwten en adukibonen toch beter eerst kunnen worden gekookt of geblancheerd.
Waar te Koop?
De populairste kiemzaden (alfalfa, fenegriek e.d.) zijn in elke natuurvoedingswinkel te koop. Ook biologische granen, noten, linzen, zonnebloempitten en (ongeroosterde) sesam zijn daar makkelijk te krijgen. Voor minder gangbare (maar soms verassend smakende ) kiemzaden, zoals prei, radijs en peen, moet u op zoek naar een verkoopadres van biologische zaaizaad.
Het Weken
Nog maar een generatie terug heel gebruikelijk: peulvruchten te weken leggen. Tegenwoordig hebben we nogal een de neiging om het over te slaan: dan koken we de linzen maar wat langer. In het life-food-dieet wordt elke graankorrel, elke noot, elke boon, zelfs elk sesamzaadje geweekt. Zelfs een amandel die niet uitloopt, maar alleen maar opzwelt, wordt eerst te weken gelegd. Neem de proef op de som, zegt Fabrice de Villeneuve in zijn boek SantÚ, mode d'emploie, eet maar eens twintig amandelen die 24 uur zijn geweekt en de volgende dag twintig ongeweekte amandelen... en trek uw conclusies. Het weken neutraliseert een enzym in zaden, noten en granen dat het kiemproces tegenhoudt. Maar dat enzym bemoeilijkt tegelijkertijd de vertering. Hoe lang weken? Vier uur voor de kleinste zaden; twaalf uur of langer voor de grootste. Bij benadering: alfalfa, sesamzaad: 4-6 uur; fenegriek, gierst, zonnebloempitten: 8 uur; linzen, noten, mungbonen, granen: 12 uur; rijst 24 uur. Na het weken water afgieten; opnieuw water bijgieten; weer afgieten.
Het kiemen zelf
Eigenlijk zijn de zaden tijdens het weken al begonnen te kiemen. Het duidelijkst zichtbaar bij de snelste kiemer: het graan quioa, dat na een aantal uren al met duidelijke uitlopers het weekwater uitkomt. Veel zaden, noten en zelfs granen (haver, spelt, gerst) zijn na een flinke nacht weken eventueel al te gebruiken. Maar de voedingswaarde kan in de nu volgende kiemdagen nog behoorlijk stijgen. Waarin kiemen? Er zijn allerlei plastic en zelfs aardewerken kiemschalen te koop van Duitse en Engelse origine. De Duitse kiemauteur Gisela Aicher beveelt deze schalen aan voor alfalfa, waterkers en rettich, vanwege de evenwichtige belichting van de verschillende kiemplantjes. Veel mensen prefereren echter de glazen -pottenmethode. Neem een pot (weckpot bijvoorbeeld; de deksel kan er vanaf worden gehaald), dek die met behulp van een elastiekje af met een laagje fijn gaas (doe-het-zelfzaken), dat water en lucht wel doorlaat, maar de zaden niet. De zaden zijn nu makkelijk twee keer per dag te spoelen, waarna de potten schuin op hun kop worden weggezet - zodat het overtollige water eruit kan lekken. De kiempotten kunnen tijdens het kiemproces in een afdruiprek worden gezet, maar er zijn ook speciaal voor dit doel gemaakte kiemglazen in houders te koop
voorzaaien:
nodig: (kweek)bakje of bloempotjes, plastic zakjes voor over de bakjes of potjes, elastiekjes, potgrond, een plantensproeier en kaartjes met een pen.
Vul het bakje of potje met potgrond, druk het oppervlak aan, besproei de grond en laat de bak dan een dagje staan.
Maak met je vinger kuiltjes van ongeveer 1 á 2 centimeter in de grond. Leg de bonen in de kuiltjes in de grond. Vul de kuiltjes losjes met potgrond. Zet de naam van de bonenplant op het kaartje en steek het erbij.
Tijdens de kieming hebben zaden (dus ook bonen) geen licht nodig. Maar zodra de eerste puntjes tevoorschijn komen hebben ze heel veel licht nodig. Maar... geen directe zon!
Zet het bakje of potje op een zo licht mogelijke koele plek. Doe de plastic zakjes over de bakjes of potjes en bedek deze met bijvoorbeeld een stukje krant. Zodra de eerste groene puntjes tevoorschijn komen, kan de krant verwijderd worden. Maak gaatjes in het plastic zakje voor ventilatie.
Na 2 of 3 dagen mogen de plastic zakjes er overdag af blijven, als de planten na een weekje wat steviger zijn geworden mogen de plastic zakjes er `s nachts ook af.
Geef heel voorzichtig water.
Als de plantjes 4 of meer blaadjes hebben, mogen ze worden verpot. Je kunt dit doen in grotere potten. Maak deze een dag van tevoren goed nat.
Gebruik een stokje om de gaatjes voor te prikken en laat het plantje daar voorzichtig in zakken. Iets dieper dan ze stonden in de zaaibak.
Geef de plantjes geregeld, maar voorzichtig, water.
De plantjes kunnen pas na 15 mei naar buiten, dus start dit practicum niet te vroeg. De bonen zouden anders uitgroeien tot waterige stengels en dan worden het geen sterke planten.
Bonen zijn klimplanten en hebben een steunstokje nodig om te groeien.
De zaadhuid van de bruine boon is bruin, en deze dient voor bescherming van de zaad. De blaadjes van de kiem zijn wit. De bruine boon heeft met het worteltje aan de moederplant vastgezeten. De functie van het poortje van de boon is het snel op kunnen nemen van water.
In de zaadlobben zit het reserve voedsel voor het kiemplantje.
Werkwijze:
Hoe ga je de bruine boon inzetten?
1. Je hebt per persoon twee jampotjes met rechte wanden of twee brede glazen nodig. Haal het etiket eraf, en was het potje goed schoon.
2. Aan de binnenkant, tegen de glaswand, zet je een strook filtreer- of toiletpapier, of een blad van je kladblok.
3. Vul je pot tot bijna de helft met grind of zand.
4. In elk potje plaats je twee bonen tussen het glas en het papier. Probeer het poortje zoveel mogelijk tegen het papier aan te leggen.
5. Stop er dan een beetje grind erbij, niet teveel.
6. Geef dan beide potten een beetje water. Het papier zuigt het water op. Niet teveel water geven, want dan kan de boon gaan schimmelen.
7. Schrijf met viltstift op de pot bij de ene boon de letter ‘A’ en bij het andere potje de letter ‘B’.
8. Zet één potje in de kamer bij het raam, maar niet in de zon.
Dit is vanaf nu de ‘kamerboon’.
9. Zet het andere potje in een donkere kast, maar niet te koud.
Dit is vanaf nu de ‘kastboon’.
10. De tweede boon in elk potje is een reserve boon. Je tekent de boon die het beste groeit en die blijf je tekenen, tenzij die dood gaat, dan neem je de reserveboon. Dit moet je dan natuurlijk wel even vermelden in je verslag.
Vragen en antwoorden:
|